Onze vriend Ali werd 65 jaar. Hij had al zijn Iraanse en Nederlandse vrienden uitgenodigd om dat te vieren. Nou moet je weten dat Iraanse feesten altijd vrolijk zijn, met muziek , dans en heerlijk Iraans eten. Ik kom er graag.

Op het feest werd Ali in het zonnetje gezet door zijn dochter Mehrnoesh . Zij bracht wat spelletjes naar voren waaruit moest blijken in hoeverre Ali in Nederland was “geïntegreerd”.

Dit was echt iets voor Mehrnoesh want integratie is een van de thema’s van haar Stichting  “de beste nieuwkomer”, die jaarlijks een award uitreikt aan de beste nieuwkomer in Nederland.

Ali werd met het thema “integratie” op de hak genomen want hij is hartstikke goed geïntegreerd, woont met zijn gezin al 28 jaar in Nederland, spreekt uitstekend Nederlands en is een geliefd leraar op de school waar hij werkt. Hij moest het opnemen tegen een Nederlander en laten zien hoe snel hij kan koekhappen en hoe gericht hij de bal in het gaatje van de sjoelbak kon krijgen etc. Wij hebben ons kostelijk geamuseerd.

Is “geïntegreerd” hetzelfde als “aangepast” ? 

Ali is een man met een goed hart die zich inzet voor mensen die het nodig hebben en zich prima kan redden in onze samenleving. Dat geldt ook voor zijn vier volwassen kinderen die in Nederland zijn opgegroeid. Zijn andere dochter houdt wat meer vast aan de Iraanse identiteit: zij danst en zingt prachtig, op de drum begeleidt door Ali. Als je dat ziet en hoort waan je je in een Perzisch sprookje. Zij zijn sociaal-maatschappelijk goed geïntegreerd. Maar zodra Ali en zijn kinderen de Iraanse identiteit op hun verjaardagsfeest zouden opgeven en die niet meer zouden laten zien is er denk ik sprake van “aangepastheid”.

Is de geïntegreerde burger gelukkiger dan de aangepaste? 

Ali heeft een harmonieuze vorm van integratie gevonden. Hij zal zijn Iraanse herkomst niet onder stoelen of banken steken.

Maar voor de tweede generatie migranten in Nederland is dat toch minder vanzelfsprekend. Naarmate een migrant langer in Nederland woont, zijn hun vader en moeder steeds minder een voorbeeld voor hen, maar de Nederlanders zijn dat ook niet. De tweede generatie moet  helemaal zelf gestalte geven aan de eigen persoonlijke ontwikkeling en identiteit. Daar kunnen ze wel wat ondersteuning bij gebruiken.

Project

In 2018 heb ik samengewerkt met twee andere partijen in een project voor migranten die in Nederland een verblijfsvergunning hebben gekregen: de statushouders

In dat project brachten we de individuele talenten van migranten in kaart en matchen we deze uitkomsten met behulp van HR Intelligence met de mogelijkheden voor studie en werk voor de betreffende migrant. Hiervoor is de online Personal Employability Mapping (PEM) en de TMA Methode ingezet. Ook ontwikkelden we een nieuw model: “de 12 levensgebieden” om de resilience van de nieuwe burger in kaart te brengen.

Want het is belangrijk dat de vroegere context van de migrant bekend is omdat daar vaak de belemmeringen zijn ontstaan die arbeidsdeelname bemoeilijken, zoals trauma’s, cultuurverschillen, problemen omtrent gezinshereniging en andere culturele opvattingen, bijvoorbeeld over de verdeling van taken tussen mannen en vrouwen.

De politiek

Op dit moment heeft slechts 13 procent van de statushouders die sinds 2015 met een inburgeringscursus zijn gestart, een betaalde baan. Dat percentage is veel te laag en vraagt om aanpassing

Minister Koolmees (SZW) wil dat de gemeenten vanaf 2020 voor alle inburgeringsplichtige nieuwkomers een Plan Inburgering en Participatie (PIP) opstellen. Dat plan bestaat uit een persoonlijk programma voor het leren van de Nederlandse taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage. Onder het nieuwe inburgeringsstelsel kunnen gemeenten meer gecombineerde trajecten aanbieden en ontstaan er nieuwe, integrale leerroutes. Het onderzoek ‘Duale trajecten taal en werk’ biedt handvatten om het nieuwe inburgeringsstelsel vorm te geven en daarop vooruit te lopen.

Het is jammer dat er in het nieuwe stelsel opnieuw wordt gesproken van “arbeidstoedeling”. Categorisch wordt onderschat dat migranten zelf in staat zijn om hun employability te vergroten wanneer ze kunnen uitgaan van een goede diagnose en advies dat de individuele talenten voorop stelt en daar een passende leerwerkomgeving bij zoekt.